1
Ik zweer bij de vijgen den olijf,
3
En bij dit grondgebied der zekerheid.
4
Waarlijk, wij hebben den mensch in den schoonsten vorm geschapen;
5
Daarna hebben wij hem tot den laagste der laagsten gemaakt.
6
Behalve degenen die gelooven en het goede doen; want deze zullen eene eindelooze belooning ontvangen.
7
Wat zal u dus hierna den dag des oordeels doen loochenen?
8
Is God niet de wijste rechter.