1
Hebben wij uwe borst niet geopend.
2
En u van uwen last bevrijd.
3
Die uwe schouders nederdrukte?
4
Hebben wij uwen naam niet verheven?
5
Maar naast den tegenspoed is het geluk.
6
Waarlijk, naast den tegenspoed is het geluk.
7
Als gij uwe prediking zult geëindigd hebben, arbeidt dan om God voor zijne gunsten te dienen.
8
En richt uwe smeekingen tot uwen Heer.