Ana SayfaMealler › S.Keyzer
SK

S.Keyzer

S.Keyzer
S.Keyzer meali ile okumaya başla
Kalem 1 / 52
1
Noen. (Ik zweer) bij de pen en wat zij (de menschen) schrijven.
S.Keyzer 68:1
2
Gij, o Mahomet! zijt, door de genade van uwen Heer, geen bezetene.
S.Keyzer 68:2
3
Waarlijk, er is u eene eeuwige belooning gereed gemaakt;
S.Keyzer 68:3
4
Want gij hebt een verheven karakter.
S.Keyzer 68:4
5
Gij zult zien en de ongeloovigen zullen het zien.
S.Keyzer 68:5
6
Wie uwer van zijne zinnen is beroofd.
S.Keyzer 68:6
7
Waarlijk, uw Heer kent hen wel, die zijn pad verlaat, en hij kent hen wel, die op den rechten weg geleid worden.
S.Keyzer 68:7
8
Gehoorzaam hen dus niet, die u van bedrog beschuldigen.
S.Keyzer 68:8
9
Zij begeeren, dat gij hen met zachtheid zoudt behandelen, en dan zouden zij u ook met zachtheid behandelen.
S.Keyzer 68:9
10
Maar geloof niemand die ieder oogenblik zweert en een verachtelijke is.
S.Keyzer 68:10
11
Luister niet naar den lasteraar, die met leugens omgaat.
S.Keyzer 68:11
12
Die verbiedt wat goed is; die een overtreder, een snoodaard is.
S.Keyzer 68:12
13
De onmeêdoogende en buitendien van onreine geboorte.
S.Keyzer 68:13
14
Zelfs indien hij rijkdommen en vele kinderen heeft.
S.Keyzer 68:14
15
Als hem onze teekenen herinnerd worden, zegt hij: Dit zijn fabelen van de ouden.
S.Keyzer 68:15
16
Wij zullen een vurig kenteeken op zijn neus drukken.
S.Keyzer 68:16
17
Waarlijk, wij hebben de bewoners van Mekka beproefd, zooals wij vroeger de eigenaars van den tuin beproefden, toen zij zwoeren, dat zij de vruchten daarvan des ochtends zouden verzamelen.
S.Keyzer 68:17
18
En er de uitzondering niet bijvoegden: Indien het Gode behaagt.
S.Keyzer 68:18
19
En de tuin werd door eene verwoesting van uwen Heer overvallen, terwijl zij sliepen.
S.Keyzer 68:19
20
En des ochtends was die, als een tuin waarvan de vruchten reeds verzameld waren.
S.Keyzer 68:20
21
En zij riepen elkander, toen zij des morgens opstonden, zeggende:
S.Keyzer 68:21
22
Ga vroeg naar uwe beplanting, indien gij voornemens zijt de vruchten daarvan te verzamelen.
S.Keyzer 68:22
23
Daarop gingen zij, terwijl zij elkander toefluisterden:
S.Keyzer 68:23
24
Geen arme zal heden uwen tuin binnentreden.
S.Keyzer 68:24
25
En zij vertrokken vroeg, met het voorgestelde doel, niets te geven.
S.Keyzer 68:25
26
Toen zij zagen dat de tuin verzengd en verwoest was, zeiden zij: Wij hebben ons zeker in den weg vergist.
S.Keyzer 68:26
27
(Maar toen zij bevonden dat het hun eigen tuin was), riepen zij uit: Waarlijk, het is ons niet geoorloofd (de vruchten daarvan te plukken).
S.Keyzer 68:27
28
De verstandigste van hen zeide: Heb ik u niet gezegd: Waarom gedenkt gij God niet?
S.Keyzer 68:28
29
Zij antwoordden: Geloofd zij onze Heer! Waarlijk, wij waren zondaren.
S.Keyzer 68:29
30
En zij begonnen elkander te laken.
S.Keyzer 68:30