2
Heeft zijn dienaar in den Koran onderwezen.
4
Hij heeft hem eene duidelijke spraak geleerd.
5
De zon en de maan leggen haren loop af, overeenkomstig eene zekere wet.
6
En de planten, die over den grond kruipen, en de boomen zijn aan zijne beschikking onderworpen.
7
Hij verhief den hemel, en stelde de weegschaal vast.
8
Opdat gij niet zoudt zondigen tegen het gewicht.
9
Weeg dus juist, en verminder het gewicht niet.
10
En hij heeft de aarde voor levende schepselen ingericht.
11
Daarop zijn verschillende vruchten en palmboomen, die bloemtrossen dragen.
12
En graan dat kaf en bladeren heeft.
13
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
14
Hij schiep den mensch van gedroogde klei, als een aarden vaatwerk.
15
Maar hij schiep de geniussen van vuur, dat rein van rook was.
16
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
17
Hij is de Heer van het Oosten; En de Heer van het Westen.
18
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
19
Hij heeft de beide zeeën gescheiden.
20
Opdat zij elkander zouden ontmoeten; tusschen haar is eene afscheiding geplaatst, welke zij niet kunnen overschrijden.
21
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
22
Zij beide leveren paarlen en koraal op.
23
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
24
Hem behooren ook de schepen, die, als bergen, de zee doorklieven.
25
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
26
Ieder schepsel dat op de aarde leeft, is aan de vergankelijkheid onderworpen.
27
Maar het glorierijke en heerlijke aangezicht van uwen Heer zal eeuwig blijven.
28
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
29
Aan hem richten alle schepselen, die in den hemel en op aarde zijn, verzoeken; iederen dag is hij met een nieuw werk bezig.
30
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Sonraki 30 ayet →