Ana SayfaMealler › S.Keyzer
SK

S.Keyzer

S.Keyzer
S.Keyzer meali ile okumaya başla
Şuara 1 / 227
1
T. S. M.
S.Keyzer 26:1
2
Dit zijn de teekens van het duidelijke boek.
S.Keyzer 26:2
3
Misschien bedroeft gij u doodelijk, omdat de bewoners van Mekka niet geloovig willen worden.
S.Keyzer 26:3
4
Indien het ons behaagde, zouden wij hun een overtuigend teeken uit den hemel kunnen nederzenden, waarvoor zij hunne nekken nederig zouden krommen.
S.Keyzer 26:4
5
Maar er komt van den Barmhartige, geene nieuwe vermaning tot hen welke naar de omstandigheden dit vereischen, wordt geopenbaard, waarvan zij zich niet afwenden.
S.Keyzer 26:5
6
En zij hebben deze van valschheid beschuldigd; maar er zal een boodschap tot hen komen, waarmede zij niet zullen spotten.
S.Keyzer 26:6
7
Hebben zij de aarde niet beschouwd, en gezien hoe veel verschillende planten, van allerlei edele soorten wij daaraan doen ontspruiten?
S.Keyzer 26:7
8
Waarlijk, hierin is een teeken; maar het grootste deel hunner zijn ongeloovigen.
S.Keyzer 26:8
9
Waarlijk, uw Heer is de machtige, de barmhartige God.
S.Keyzer 26:9
10
Herdenk, toen uw Heer Mozes riep, zeggende: Ga tot het onrechtvaardige volk:
S.Keyzer 26:10
11
Het volk van Pharao. Zullen zij mij niet vreezen?
S.Keyzer 26:11
12
Mozes antwoordde: O Heer! waarlijk, ik vrees, dat zij mij van logen zullen beschuldigen.
S.Keyzer 26:12
13
En dat mijne borst vernauwd worde en dat mijn tong niet gereed zij tot spreken; wijs Aäron dus aan om mijn helper te wezen.
S.Keyzer 26:13
14
Ook kunnen zij mij eene misdaad tegenwerpen, en ik vrees dat zij mij zullen dooden.
S.Keyzer 26:14
15
God zeide: Zij zullen u volstrekt niet dooden: gaat dus met uwe teekenen; want wij zullen met u zijn, en wij willen hooren wat er tusschen u en hen geschiedt.
S.Keyzer 26:15
16
Gaat dus tot Pharao en zeg: Waarlijk, wij zijn de gezant van den Heer van alle schepselen.
S.Keyzer 26:16
17
Zend de kinderen Israëls met ons weg.
S.Keyzer 26:17
18
En toen zij hunne boodschap hadden overgebracht, antwoordde Pharao: Hebben wij u niet onder ons opgevoed, toen gij nog een kind waart, en hebt gij niet gedurende verscheidene jaren van uw leven onder ons gewoond?
S.Keyzer 26:18
19
Gij hebt de daad bedreven, welke gij bedreven hebt; en gij zijt een ondankbare.
S.Keyzer 26:19
20
Mozes hernam: Inderdaad, ik deed het, en ik was een van hen die dwaalden.
S.Keyzer 26:20
21
Daarom ontvluchtte ik u, dewijl ik u vreesde; maar mijn Heer heeft mij wijsheid geschonken en mij tot een zijner gezanten aangewezen.
S.Keyzer 26:21
22
En is de gunst, welke gij mij hebt geschonken, dat gij de kinderen Israëls tot slaven maaktet?
S.Keyzer 26:22
23
Pharao zeide: En wie is dan de Heer van alle schepselen?
S.Keyzer 26:23
24
Mozes antwoordde: de Heer van alle hemel en aarde en van alles wat daartusschen is; indien gij lieden van verstand zijt.
S.Keyzer 26:24
25
Pharao zeide tot degenen, die in zijne nabijheid waren: Hoort gij niet?
S.Keyzer 26:25
26
Mozes zeide: Uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.
S.Keyzer 26:26
27
Pharao zeide tot hen die tegenwoordig waren: Uw gezant, die tot u werd gezonden is zeker bezeten.
S.Keyzer 26:27
28
Mozes zeide: de Heer van het Oosten en van het Westen en van alles wat daartusschen is; indien gij lieden van verstand zijt.
S.Keyzer 26:28
29
Pharao zeide tot hem: Waarlijk, indien gij een anderen God naast mij kiest, zal ik u gelijk doen wezen aan hen die gevangen zijn.
S.Keyzer 26:29
30
Mozes antwoordde: Wat! niettegenstaande ik met een overtuigend wonder tot u kom?
S.Keyzer 26:30