1
Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,
2
Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.
3
En van het kwaad des nachts, als die invalt.
4
En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen,
5
En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.