1
Ter vereeniging van den stam der Koreïshieten;
2
Te hunner vereeniging, om de karavaan van kooplieden in den winter en den zomer weg te zenden!
3
Laten zij den Heer van dit huis dienen,
4
Die hen van voedsel tegen den honger voorziet. En hen tegen vrees heeft verzekerd.