1
Hebt gij gezien, hoe uw Heer met de meesters van den olifant handelt?
2
Heeft hij hunne verraderlijke plannen niet doen strekken om hen in dwaling te leiden,
3
En troepen vogels (Ababils) tegen hen te zenden,
4
Die steenen van gebakken klei op hen nederwierpen,
5
En hen het aanzien gaven van de bladeren van het koren, dat door het vee was afgegeten?