2
Bij het duidelijke Boek. (de Koran)
3
Voorwaar, Wij hebben hem (de Koran) in de gezegende nacht neergezonden. Voorwaar, Wij zijn Waarschuwers.
4
Daarin worden alle wijze zaken uiteengezet.
5
Als een bevel van Ons: voorwaar, Wij zonden (de Profeten).
6
Als Barmhartigheid van jouw Heer. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende.
7
De Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen is, als jullie overtuigden zijn.
8
Er is geen god dan Hij, Hij doet leven en sterven, jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen.
9
Zij blijven zelfs in twijfel doorspelen.
10
Wacht dan op de Dag waarop in de hemel duidelijke rook verschijnt.
11
Die de mensen omhult. Dit is een pijnlijke bestraffing.
12
(Zij zullen zeggen:) "Onze Heer, neem de bestraffing, van ons weg: voorwaar, wij zijn gelovigen."
13
Hoe zullen zij zich laten vermanen, terwijl er reeds een duidelijke Boodschapper tot hen is gekomen?
14
Toen wendden zij zich van hem af, en zeiden: "Hij is een bezeten onderwezene."
15
Voorwaar, Wij nemen iets van de bestraffing weg: voorwaar, jullie keren terug (tot ongeloof).
16
(Gedenkt) de Dag dat Wij hen zullen grijpen met de zware bestraffing: voorwaar, Wij zijn Vergelders.
17
En voorzeker, Wij hebben voorheen het volk van Fir'aun op de proef gesteld. En er was een edele Boodschapper (Môesa) tot hen gekomen.
18
(Hij zei:) "Laat de dienaren van Allah (vrij) tot mij komen: voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
19
En weest niet hoogmoedig tegenover Allah: voorwaar, ik kom tot jullie met een duidelijk bewijs.
20
En voorwaar, ik zocht mijn toevlucht bij mijn Heer en jullie Heer tegen jullie stenigen.
21
En als jullie mij niet geloven, laat mij dan met rust."
22
En hij bad toen tot zijn Heer: "Voorwaar, zij zijn een misdadig volk."
23
(Allah zei toen:) "Ga in de nacht op weg met Mijn dienaren: voorwaar, jullie zullen worden achtervolgd.
24
En laat de zee zoals zij is (door een pad gespleten): voorwaar, zij zullen een verdronken leger worden."
25
Hoeveel tuinen en bronnen lieten zij niet achter.
26
En velden en prachtige plaatsen.
27
En genietingen die zij daarin kunnen smaken.
28
Zo is het. En Wij hebben het een ander volk doen erven.
29
De hemel en de aarde huilden niet om hen, en hun werd geen uitstel gegeven.
30
En voorzeker, Wij hebben de Kinderen van Israël van de vernederende bestraffing gered.
Sonraki 29 ayet →