1
Bij de hemel en de nachtster!
2
En hoe kom jij te weten wat de nachtster is?
4
Er is niemand voor wie er geen bewaker is.
5
De mens moet maar eens kijken waaruit hij geschapen is.
6
Geschapen is hij uit gutsend vocht,
7
dat tussen de lendenen en de ribben tevoorschijn komt.
8
Om hem terug te brengen, daartoe heeft Hij de macht,
9
op de dag dat de geheimen worden getoetst.
10
Dan heeft hij geen kracht en geen helper.
11
Bij de hemel met zijn kringloop!
12
Bij de aarde die uitbot!
13
Het zijn beslissende woorden.
16
En Ik zal een list beramen.
17
Geef de ongelovigen dan maar uitstel, verleen hun enig uitstel.