1
Bij de achtereenvolgens losgelatenen!
2
En de er op los stormenden!
3
En de wijd verspreidenden!
4
En de duidelijk onderscheidenden!
5
En de vermaning brengenden,
6
ter verontschuldiging of ter waarschuwing!
7
Wat jullie is aangezegd gebeurt.
8
Wanneer dan de sterren worden uitgewist.
9
En wanneer de hemel wordt gesplitst.
10
En wanneer de bergen worden verstrooid.
11
En wanneer voor de gezanten de tijd is bepaald,
12
voor welke dag de termijn is vastgesteld,
13
voor de dag van de schifting.
14
En hoe zul jij te weten komen wat de dag van de schifting is?
15
Wee op die dag de loochenaars!
16
Hebben Wij hen die er eertijds waren niet vernietigd?
17
Maar dan laten Wij de lateren hen volgen.
18
Zo doen Wij met de boosdoeners.
19
Wee op die dag de loochenaars!
20
Hebben Wij uit verachtelijk water niet jullie geschapen,
21
die Wij toen in een solide verblijfplaats legden,
22
tot een vastgestelde duur?
23
Wij hebben die bepaald en een voortreffelijke bepaler zijn Wij.
24
Wee op die dag de loochenaars!
25
Hebben Wij de aarde niet gemaakt voor het opnemen
26
van levenden en doden?
27
En Wij hebben stevige hoog uitstekende bergen op haar gemaakt en jullie fris water te drinken gegeven.
28
Wee op die dag de loochenaars!
29
Gaat op weg naar wat jullie altijd loochenden.
30
Gaat op weg naar een schaduw van drie takken,
Sonraki 20 ayet →