Ana SayfaMealler › Fred Leemhuis
FL

Fred Leemhuis

Bu mealle oku
Fred Leemhuis meali ile okumaya başla
Mearic 1 / 44
1
Iemand vraagt naar een aanstaande bestraffing.
Leemhuis 70:1
2
De ongelovigen hebben daartegen geen afweer.
Leemhuis 70:2
3
Zij komt van God die de trappen beheert
Leemhuis 70:3
4
waarlangs de engelen en de geest tot Hem opstijgen, op een dag die vijftigduizend jaren lang is.
Leemhuis 70:4
5
Wees dus maar mooi geduldig en volhardend.
Leemhuis 70:5
6
Zij zullen haar van verre zien.
Leemhuis 70:6
7
En Wij zullen haar van dichtbij zien
Leemhuis 70:7
8
op de dag dat de hemel als gesmolten metaal zal zijn
Leemhuis 70:8
9
en de bergen als wol.
Leemhuis 70:9
10
En geen boezemvriend zal naar een boezemvriend vragen.
Leemhuis 70:10
11
Zij zullen elkaar te zien krijgen. De boosdoener zou zich op die dag graag van de bestraffing willen loskopen, met zijn zonen,
Leemhuis 70:11
12
met zijn gezellin, met zijn broers,
Leemhuis 70:12
13
met zijn familie die hem toevlucht verschaft
Leemhuis 70:13
14
en met allen die er op de aarde zijn. En dat zou hem dan redden?
Leemhuis 70:14
15
Zeker niet! Het is een laaiend vuur,
Leemhuis 70:15
16
dat de hoofdhuid wegschroeit,
Leemhuis 70:16
17
dat hem oproept die de rug toewendde en zich afkeerde,
Leemhuis 70:17
18
die bijeenbracht en oppotte.
Leemhuis 70:18
19
De mens is vreesachtig geschapen.
Leemhuis 70:19
20
Wanneer hem het kwaad treft is hij terneergeslagen.
Leemhuis 70:20
21
En wanneer hem het goede treft houdt hij het voor zich.
Leemhuis 70:21
22
Alleen niet zij die de salaat verrichten,
Leemhuis 70:22
23
die zich voortdurend aan hun salaat houden
Leemhuis 70:23
24
en van wie er een rechtmatig aandeel in hun bezittingen is
Leemhuis 70:24
25
voor de bedelaar en de onbemiddelde,
Leemhuis 70:25
26
die geloven dat de oordeelsdag waar is,
Leemhuis 70:26
27
die voor de bestraffing door hun Heer terugdeinzen --
Leemhuis 70:27
28
de bestraffing door hun Heer, daar is niemand veilig voor --
Leemhuis 70:28
29
en die hun schaamstreek kuis bewaren --
Leemhuis 70:29
30
behalve bij hun echtgenotes of slavinnen waarover zij beschikken, dan valt hun niets te verwijten.
Leemhuis 70:30