1
Wanneer het aanstaande komt,
2
waarvan niemand de komst kan loochenen,
3
vernedert en verhoogt het.
4
Wanneer de aarde hevig door elkaar wordt geschud
5
en de bergen geheel worden verbrijzeld
6
en dan verspreid stof worden,
7
dan zullen jullie er in drie groepen zijn:
8
Zij dan die aan de rechterkant staan -- wie zijn zij die aan de rechterkant staan?
9
En zij die aan de sinistere kant staan -- wie zijn zij die aan de sinistere kant staan?
10
Maar de eerstgekomenen zijn het eerst gekomen;
11
zij zijn het die in de nabijheid [van God] zijn gebracht,
12
in de tuinen van de gelukzaligheid:
13
een groep van hen die er eertijds waren
14
en weinig van hen die er later waren,
15
op rustbanken met inlegwerk,
16
waarop zij tegenover elkaar zittend achteroverleunen.
17
Bij hen gaan altijd jong blijvende jongelingen rond
18
met bekers en kruiken en een drinkbeker [waarin een drank is] uit een bron,
19
waarvan zij geen hoofdpijn krijgen en waarvan zij niet beneveld raken,
20
en vruchten die zij voor zich uitkiezen
21
en vlees van gevogelte, wat zij maar begeren.
22
En er zijn gezellinnen met sprekende grote ogen,
23
die als welbewaarde parels zijn.
24
Als beloning voor wat zij gedaan hebben.
25
Zij horen er geen onzinnig geklets noch verleiding tot zonde,
26
alleen maar het gezegde: Vrede, vrede!
27
En zij die rechts staan -- wie zijn zij die rechts staan?
28
Te midden van lotusbomen zonder doornen zijn zij,
29
en opeengepakte bananen,
Sonraki 30 ayet →