Ana SayfaMealler › Fred Leemhuis
FL

Fred Leemhuis

Bu mealle oku
Fred Leemhuis meali ile okumaya başla
Tur 1 / 49
1
Bij de berg.
Leemhuis 52:1
2
Bij een boek dat is opgetekend
Leemhuis 52:2
3
op opengerold perkament.
Leemhuis 52:3
4
Bij het in stand gehouden huis.
Leemhuis 52:4
5
Bij het opgeheven dak.
Leemhuis 52:5
6
Bij de kolkende zee.
Leemhuis 52:6
7
De bestraffing van jouw Heer is aanstaande.
Leemhuis 52:7
8
Niemand kan haar afweren
Leemhuis 52:8
9
op de dag dat de hemel begint te trillen
Leemhuis 52:9
10
en de bergen bewegen.
Leemhuis 52:10
11
Wee op die dag de loochenaars,
Leemhuis 52:11
12
zij die in geklets schertsen.
Leemhuis 52:12
13
Op de dag dat zij in het vuur van de hel geduwd worden.
Leemhuis 52:13
14
Dit is het vuur waarvan jullie het bestaan loochenden.
Leemhuis 52:14
15
Is dit dan toverij of zien jullie het niet goed?
Leemhuis 52:15
16
Braadt erin en of jullie het wel of niet kunnen verdragen maakt voor jullie niet uit. Aan jullie wordt vergolden wat jullie gedaan hebben."
Leemhuis 52:16
17
Maar de godvrezenden zullen in tuinen en in gelukzaligheid zijn,
Leemhuis 52:17
18
blij met wat hun Heer hun geeft. En hun Heer beschermt hen tegen de bestraffing van de hel.
Leemhuis 52:18
19
Eet en drinkt met genoegen [als beloning] voor wat jullie gedaan hebbent
Leemhuis 52:19
20
Achterovergeleund op in rijen gezette rustbedden. En Wij geven hun gezellinnen met sprekende grote ogen ten huwelijk.
Leemhuis 52:20
21
En het nageslacht van hen die geloven en die in hun geloof door hun nageslacht gevolgd worden hebben Wij bij hen gevoegd. En Wij laten hen voor wat zij gedaan hebben in niets tekortkomen. Elke man is aansprakelijk voor wat hij begaan heeft.
Leemhuis 52:21
22
En Wij overladen hen met vruchten en vlees, wat zij maar begeren,
Leemhuis 52:22
23
terwijl zij er een beker aan elkaar doorgeven waarbij er onzinnig geklets noch verleiding tot zonde voorkomt.
Leemhuis 52:23
24
En bij hen gaan er jongelingen rond, die als goedbewaarde parels zijn, om hen te bedienen.
Leemhuis 52:24
25
En zij komen naar elkaar toe om elkaar te ondervragen.
Leemhuis 52:25
26
Zij zeggen: "Vroeger, te midden van onze familie, hadden wij ontzag [voor Gods woord].
Leemhuis 52:26
27
Toen bewees God ons een gunst en beschermde ons voor de straf van de verzengende gloed.
Leemhuis 52:27
28
Vroeger baden wij tot Hem; Hij is de welwillende, de barmhartige."
Leemhuis 52:28
29
Vermaan dus, want jij bent door de genade van jouw Heer geen waarzegger en geen bezetene.
Leemhuis 52:29
30
Of zeggen zij: "Een dichter. Wij wachten af wat het noodlot hem voor twijfelachtigs brengt."
Leemhuis 52:30