2
Bij een boek dat is opgetekend
3
op opengerold perkament.
4
Bij het in stand gehouden huis.
7
De bestraffing van jouw Heer is aanstaande.
8
Niemand kan haar afweren
9
op de dag dat de hemel begint te trillen
11
Wee op die dag de loochenaars,
12
zij die in geklets schertsen.
13
Op de dag dat zij in het vuur van de hel geduwd worden.
14
Dit is het vuur waarvan jullie het bestaan loochenden.
15
Is dit dan toverij of zien jullie het niet goed?
16
Braadt erin en of jullie het wel of niet kunnen verdragen maakt voor jullie niet uit. Aan jullie wordt vergolden wat jullie gedaan hebben."
17
Maar de godvrezenden zullen in tuinen en in gelukzaligheid zijn,
18
blij met wat hun Heer hun geeft. En hun Heer beschermt hen tegen de bestraffing van de hel.
19
Eet en drinkt met genoegen [als beloning] voor wat jullie gedaan hebbent
20
Achterovergeleund op in rijen gezette rustbedden. En Wij geven hun gezellinnen met sprekende grote ogen ten huwelijk.
21
En het nageslacht van hen die geloven en die in hun geloof door hun nageslacht gevolgd worden hebben Wij bij hen gevoegd. En Wij laten hen voor wat zij gedaan hebben in niets tekortkomen. Elke man is aansprakelijk voor wat hij begaan heeft.
22
En Wij overladen hen met vruchten en vlees, wat zij maar begeren,
23
terwijl zij er een beker aan elkaar doorgeven waarbij er onzinnig geklets noch verleiding tot zonde voorkomt.
24
En bij hen gaan er jongelingen rond, die als goedbewaarde parels zijn, om hen te bedienen.
25
En zij komen naar elkaar toe om elkaar te ondervragen.
26
Zij zeggen: "Vroeger, te midden van onze familie, hadden wij ontzag [voor Gods woord].
27
Toen bewees God ons een gunst en beschermde ons voor de straf van de verzengende gloed.
28
Vroeger baden wij tot Hem; Hij is de welwillende, de barmhartige."
29
Vermaan dus, want jij bent door de genade van jouw Heer geen waarzegger en geen bezetene.
30
Of zeggen zij: "Een dichter. Wij wachten af wat het noodlot hem voor twijfelachtigs brengt."
Sonraki 19 ayet →