2
Bij het duidelijke boek!
3
Wij hebben het in een gezegende nacht neergezonden -- Wij hebben steeds gewaarschuwd --
4
waarin iedere wijze beschikking afzonderlijk wordt beslist,
5
als een beschikking van Onze kant. Wij hebben steeds [gezanten] gezonden --
6
als een barmhartigheid van jouw Heer. Hij is de horende, de wetende,
7
de Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen beide is, als jullie ervan overtuigd zijn.
8
Er is geen god dan Hij. Hij geeft leven en laat sterven, jullie Heer en de Heer van jullie vaderen die er eertijds waren.
9
Toch schertsen zij in hun twijfel.
10
Wacht dan de dag maar af waarop de hemel met duidelijke rook zal komen
11
die de mensen zal bedekken; dat is een pijnlijke bestraffing.
12
Onze Heer, hef de bestraffing voor ons op, want wij zijn gelovigen.
13
Hoe zou vermaning hun tot voordeel hebben kunnen zijn, terwijl er toch een duidelijke gezant tot hen gekomen is?
14
Toen keerden zij zich van hem af en zeiden: "Iemand die elders onderwezen is en die bezeten is."
15
Wij zullen de bestraffing een korte tijd opheffen, maar jullie zullen terugvallen.
16
Op de dag dat Wij met groot geweld toeslaan zullen Wij zeker wraaknemen.
17
Wij hebben vóór hun tijd het volk van Fir'aun aan verzoeking blootgesteld. Tot hen kwam een voortreffelijk gezant:
18
Draagt de dienaren van God aan mij over. Ik ben voor jullie een betrouwbaar gezant.
19
En weest niet hovaardig tegenover God, want ik ben met een duidelijke machtiging tot jullie gekomen.
20
En ik zoek bescherming bij mijn Heer en jullie Heer dat jullie mij niet zullen stenigen.
21
En als jullie mij niet geloven laat mij dan alleen."
22
Toen riep hij zijn Heer aan: "Dezen zijn misdadige mensen."
23
Vertrek 's nachts met Mijn dienaren, want jullie zullen achtervolgd worden.
24
En laat de zee kalm achter; zij zijn een verdronken troepenmacht."
25
Hoeveel lieten zij niet achter: tuinen en bronnen,
26
landbouwgewassen en een voortreffelijke positie
27
en een aangenaam leven waarover zij blij waren.
28
Zo was het. En Wij lieten andere mensen het beërven.
29
De hemel schreide niet over hen, noch de aarde. Aan hen werd geen uitstel meer verleend.
30
Maar Wij redden de Israëlieten van de vernederende bestraffing
Sonraki 29 ayet →