Ana SayfaMealler › Fred Leemhuis
FL

Fred Leemhuis

Bu mealle oku
Fred Leemhuis meali ile okumaya başla
Al-i İmran 1 / 200
1
A[lif] L[aam] M[iem].
Leemhuis 3:1
2
God, er is geen god dan Hij, de levende, de standvastige.
Leemhuis 3:2
3
Hij heeft het boek met de waarheid tot jou neergezonden ter bevestiging van wat er voordien al was en Hij heeft ook de Taura en de Indjiel neergezonden,
Leemhuis 3:3
4
vroeger al, als leidraad voor de mensen en Hij heeft het reddend onderscheidingsmiddel neergezonden. Zij die ongelovig zijn aan Gods tekenen, voor hen is er een zware bestraffing. God is machtig en wraakgierig.
Leemhuis 3:4
5
Voor God is niets verborgen, niet op de aarde, noch in de hemel.
Leemhuis 3:5
6
Hij is het die jullie in de moederschoot gevormd heeft, zoals Hij wil. Er is geen god dan Hij, de machtige, de wijze.
Leemhuis 3:6
7
Hij is het die tot jou het boek heeft neergezonden; een deel ervan bestaat uit eenduidige tekenen -- zij zijn de grondslag van het boek -- en een ander deel uit meerduidige. Zij nu die in hun hart een neiging naar het verkeerde hebben volgen bij hun streven naar verzoeking en bij hun streven naar [eigenzinnige] verklaring dat deel ervan dat meerduidig is. Maar de verklaring ervan kent niemand behalve God. En zij die een diepgewortelde kennis hebben zeggen: "Wij geloven erin. Het komt alles van onze Heer." Maar alleen de verstandigen laten zich vermanen.
Leemhuis 3:7
8
Onze Heer, laat onze harten niet naar het verkeerde neigen, nadat U ons de goede richting hebt gewezen en schenk ons van Uw kant barmhartigheid. U bent de vrijgevige.
Leemhuis 3:8
9
Onze Heer, U zult de mensen bijeenbrengen voor een dag waaraan geen twijfel is. God zal de afspraak niet afzeggen.
Leemhuis 3:9
10
Zij die ongelovig zijn, hun bezittingen en hun kinderen zullen hun bij God volstrekt niet baten. Zij zijn brandstof voor het vuur.
Leemhuis 3:10
11
Zoals dat het geval was met de mensen van Fir'aun en hen die voor hun tijd leefden. Zij loochenden Onze tekenen en dus greep God hen voor hun zonden. God is streng in de afstraffing.
Leemhuis 3:11
12
Zeg tegen hen die ongelovig zijn: "Jullie zullen overwonnen en in de hel verzameld worden. Dat is pas een slechte rustplaats!"
Leemhuis 3:12
13
Er was een teken voor jullie in twee troepenmachten die elkaar ontmoetten. Een troepenmacht die streed op Gods weg en een andere die ongelovig was. Zij zagen met eigen ogen dat zij tweemaal zo talrijk waren als zijzelf. Maar God steunt met Zijn hulp wie Hij wil. Daarin is een les voor hen die inzicht hebben.
Leemhuis 3:13
14
Voor de mensen is de liefde tot de begeerlijkheden aantrekkelijk gemaakt, zoals vrouwen, zonen, opgehoopte fortuinen van goud en zilver, gemerkte paarden, vee en bouwland. Dat is het genot van het tegenwoordige leven; maar God, bij Hem is de goede terugkomst.
Leemhuis 3:14
15
Zeg: "Zal ik jullie iets beters dan dat meedelen? Voor hen die godvrezend zijn, zijn er bij hun Heer tuinen waar de rivieren onderdoor stromen, waarin zij altijd zullen blijven, en ook reingemaakte echtgenotes en Gods welgevallen." God doorziet de dienaren
Leemhuis 3:15
16
die zeggen: "Onze Heer, wij geloven. Vergeef ons onze zonden en behoed ons voor de bestraffing van het vuur",
Leemhuis 3:16
17
die geduldig volharden, die waarheidslievend zijn, die onderdanig zijn, die bijdragen geven en die in de morgenschemering om vergeving vragen.
Leemhuis 3:17
18
God getuigt dat er geen god is dan Hij -- zo ook de engelen en zij die kennis bezitten. Hij is handhaver van de gerechtigheid. Er is geen god dan Hij, de machtige, de wijze.
Leemhuis 3:18
19
De godsdienst bij God is de Islaam [de overgave aan God]. Zij aan wie het boek gegeven is zijn het uit onderlinge nijd pas oneens geworden, nadat de kennis tot hen was gekomen. En als iemand niet aan Gods tekenen gelooft, dan is God snel met de afrekening.
Leemhuis 3:19
20
En als zij met jou redetwisten zeg dan: "Ik geef mij geheel over aan God, en wie mij volgen ook" en zeg tot hen aan wie het boek is gegeven en tot de ongeletterden: "Hebben jullie je overgegeven?" Als zij zich overgeven dan volgen zij het goede pad, maar als zij zich afkeren dan heb jij slechts de plicht van de verkondiging. God doorziet de dienaren.
Leemhuis 3:20
21
Zij die ongelovig zijn aan Gods tekenen, zonder enig recht de profeten doden en hen doden die tot rechtvaardigheid oproepen, zeg hun een pijnlijke bestraffing aan.
Leemhuis 3:21
22
Zij zijn het wier daden in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals vruchteloos zijn en zij zullen geen helpers hebben.
Leemhuis 3:22
23
Heb jij niet gezien naar hen aan wie een aandeel aan het boek gegeven is? Dat zij werden opgeroepen tot Gods boek, opdat het tussen hen zou oordelen? Toen onttrok een groep van hen zich, afkerig als zij ervan waren.
Leemhuis 3:23
24
Dat is omdat zij zeggen: "Het vuur zal ons slechts een beperkt aantal dagen treffen." In hun godsdienst werden zij misleid door wat zij altijd weer verzonnen.
Leemhuis 3:24
25
En hoe zal het zijn wanneer Wij hen bijeenbrengen voor een dag waaraan geen twijfel is en wanneer aan elke ziel vergoed zal worden wat zij verdiend heeft. En aan hen zal geen onrecht gedaan worden.
Leemhuis 3:25
26
Zeg: "O God, heerser over het koningschap, U geeft het koningschap aan wie U wilt en U ontneemt het koningschap aan wie U wilt. U maakt machtig wie U wilt en U vernedert wie U wilt. Het goede is in Uw hand. U bent almachtig.
Leemhuis 3:26
27
U laat de nacht overgaan in de dag en de dag laat U overgaan in de nacht. U brengt het levende uit het dode voort en uit het levende brengt U het dode voort. U geeft levensonderhoud aan wie U wilt, zonder afrekening."
Leemhuis 3:27
28
De gelovigen moeten de ongelovigen niet in plaats van de gelovigen als medestander nemen. Wie dat doen behoren in niets tot God, behalve als jullie uit vrees voor hen op jullie hoede zijn. God waarschuwt jullie voor Hemzelf; bij God is de bestemming.
Leemhuis 3:28
29
Zeg: "Of jullie verbergen wat in jullie binnenste is of het openlijk laten blijken, God weet het en Hij weet wat in de hemelen en op de aarde is. God is almachtig."
Leemhuis 3:29
30
Op de dag waarop elke ziel het goede dat zij gedaan heeft voorgelegd zal vinden en ook het slechte dat zij gedaan heeft, zou zij wel willen dat er tussen haar en Hem een verre afstand was. God waarschuwt jullie voor Hemzelf. Maar God is vol mededogen voor de dienaren.
Leemhuis 3:30