Ana SayfaMealler › Fred Leemhuis
FL

Fred Leemhuis

Bu mealle oku
Fred Leemhuis meali ile okumaya başla
Kasas 1 / 88
1
T[aa?] S[ien] M[iem].
Leemhuis 28:1
2
Dit zijn de tekenen van het duidelijke boek.
Leemhuis 28:2
3
Wij lezen jou naar waarheid mededelingen voor over Moesa en Fir'aun voor mensen die geloven.
Leemhuis 28:3
4
Fir'aun had de overhand in het land en maakte de mensen ervan tot groeperingen, waarvan hij een groep onderdrukte doordat hij hun zonen afslachtte en alleen hun vrouwen in leven liet; hij behoorde tot de verderfbrengers.
Leemhuis 28:4
5
Maar Wij wensten hun die onderdrukt werden in het land een gunst te bewijzen, hen tot voorgangers te maken, hen tot erfgenamen te maken,
Leemhuis 28:5
6
hun macht op de aarde te geven en Fir'aun en Hamaan en hun troepen te tonen waar zij verontrust over waren.
Leemhuis 28:6
7
En Wij openbaarden aan de moeder van Moesa: "Zoog hem en wanneer jij bang voor hem bent, werp hem dan in de zee en wees niet bang en niet bedroefd; Wij brengen hem naar jou terug en Wij maken hem tot een van de gezondenen."
Leemhuis 28:7
8
Toen namen de mensen van Fir'aun hem op, opdat hij voor hen een vijand en [reden tot] droefheid zou worden. Fir'aun en Hamaan en hun legers waren immers zondaars.
Leemhuis 28:8
9
En de vrouw van Fir'aun zei: "Jij en ik zullen vreugde aan hem beleven. Dood hem niet. Misschien dat hij ons tot nut is of dat wij hem als kind aannemen." Maar zij beseften het niet.
Leemhuis 28:9
10
En het hart van Moesa's moeder werd ontroostbaar. Bijna had zij het van hem bekend gemaakt, als Wij haar hart niet versterkt hadden, opdat zij tot de gelovigen behoorde.
Leemhuis 28:10
11
En zij zei tot zijn zuster: "Ga achter hem aan." Zij hield dus van terzijde een oog op hem zonder dat zij het merkten.
Leemhuis 28:11
12
Wij hadden namelijk van tevoren minnen voor hem verboden. En zij zei: "Zal ik jullie een familie wijzen die hem voor jullie kan verzorgen en die over hem waakt?"
Leemhuis 28:12
13
Zo brachten Wij hem naar zijn moeder terug opdat zij vreugde aan hem zou beleven en niet bedroefd zou zijn en opdat zij zou weten dat de toezegging van God waar is; maar de meesten van hen weten het niet.
Leemhuis 28:13
14
Toen hij volgroeid en welgevormd was gaven Wij hem oordeelskracht en kennis. Zo belonen Wij hen die goed doen.
Leemhuis 28:14
15
En hij kwam de stad binnen op een tijd dat haar mensen er niet op letten en hij vond er twee mannen die aan het vechten waren; de een was van zijn groepering en de ander van zijn vijand en hij die van zijn groepering was riep hem te hulp tegen hem die van zijn vijand was. Moesa sloeg hem en bracht hem om. Hij zei: "Dit is werk van de satan; hij is een verklaarde vijand die tot dwaling brengt."
Leemhuis 28:15
16
Hij zei: "Mijn Heer, ik heb mijzelf onrecht aangedaan. Vergeef mij dus." En Hij vergaf hem; Hij is de vergevende, de barmhartige.
Leemhuis 28:16
17
Hij zei: "Mijn Heer, omdat U mij genade geschonken hebt, zal ik de boosdoeners geen bijstand meer verlenen."
Leemhuis 28:17
18
's Morgens begon hij bang te worden en om zich heen te kijken. En daar was hij die hem de vorige dag om hulp had gevraagd die [weer] om hulp schreeuwde. Moesa zei tot hem: "Jij bent duidelijk misleid."
Leemhuis 28:18
19
Maar toen hij wilde inslaan op hem die een vijand van hen beiden was zei hij: "O Moesa, wil jij mij ook doden zoals jij gisteren iemand gedood hebt? Jij wenst alleen maar een geweldenaar in het land te zijn en wenst niet bij hen die herstel brengen te behoren."
Leemhuis 28:19
20
En er kwam een man uit het verste deel van de stad aanrennen die zei: "O Moesa, de voornaamsten beraden zich over jou om jou te doden. Ga dus weg. Ik ben iemand die jou goede raad geeft."
Leemhuis 28:20
21
Hij ging er dus bang en om zich heen kijkend weg. Hij zei: "Mijn Heer, red mij van de mensen die onrecht plegen."
Leemhuis 28:21
22
Toen hij in de richting van Madjan ging zei hij: "Misschien dat mijn Heer mij op de correcte weg zal brengen."
Leemhuis 28:22
23
En toen hij bij het water van Madjan kwam vond hij daar een gemeenschap van mensen die [hun vee] te drinken gaven en hij vond naast hen twee vrouwen die [hun vee] terughielden. Hij zei: "Wat is er met jullie beiden?" Zij zeiden: "Wij kunnen [ons vee] pas te drinken geven als de herders weggaan. Onze vader is namelijk een zeer oude man."
Leemhuis 28:23
24
Toen gaf hij [hun vee] te drinken en ging terug in de schaduw en zei: "Mijn Heer, ik heb behoefte aan het goede dat U tot mij neerzendt."
Leemhuis 28:24
25
Toen kwam een van hen beiden bedeesd naar hem toe. Zij zei: "Mijn vader nodigt je uit om je ervoor te belonen dat jij ons [vee] te drinken gegeven hebt." Toen hij bij hem kwam en hem het verhaal vertelde zei deze: "Wees niet bang, je bent aan mensen die onrecht plegen ontkomen."
Leemhuis 28:25
26
Een van de twee vrouwen zei: "Mijn vader, neem hem toch in dienst. Je kunt het best iemand in dienst nemen die sterk en betrouwbaar is."
Leemhuis 28:26
27
Hij zei: "Ik wil je graag met een van mijn beide dochters hier laten trouwen op voorwaarde dat jij acht jaar bij mij in dienst komt. En als je er tien vol maakt dan is dat je eigen zaak; ik wil het jou niet te moeilijk maken. Als God het wil zul je merken dat ik tot de rechtschapenen behoor."
Leemhuis 28:27
28
Hij zei: "Dat is dan een afspraak tussen mij en jou. Welke van de twee termijnen ik ook vol maak, ik kan er niet op aangesproken worden. En God staat garant voor wat wij zeggen."
Leemhuis 28:28
29
Toen Moesa de termijn vol gemaakt had en met zijn huisgenoten wegtrok nam hij op de zijkant van de berg een vuur waar en hij zei tot zijn mensen: "Blijft staan, ik heb een vuur waargenomen, misschien zal ik jullie er een bericht van brengen of een toorts van vuur; misschien zullen jullie [erdoor] verwarmd worden."
Leemhuis 28:29
30
Toen hij daar kwam werd hem van de rechterkant van de vallei op het door God gezegende veld vanuit de boom toegeroepen: "O Moesa, Ik ben het, God, de Heer van de wereldbewoners."
Leemhuis 28:30