Ana SayfaMealler › Fred Leemhuis
FL

Fred Leemhuis

Bu mealle oku
Fred Leemhuis meali ile okumaya başla
Enbiya 1 / 112
1
Voor de mensen is hun afrekening nabijgekomen terwijl zij zich in onoplettendheid afwendden.
Leemhuis 21:1
2
Geen nieuwe vermaning komt er tot hen van hun Heer of zij luisteren ernaar terwijl zij schertsen
Leemhuis 21:2
3
en terwijl hun harten verstrooiing zoeken. En zij die onrecht plegen zeggen in hun vertrouwelijke gesprekken: "Is deze iets anders dan een mens, zoals jullie? Zullen jullie je dan met toverij inlaten hoewel jullie het doorzien?"
Leemhuis 21:3
4
Hij [Mohammed] zegt: "Mijn Heer weet wat er in de hemel en op de aarde gezegd wordt; Hij is de horende, de wetende."
Leemhuis 21:4
5
Maar nee, zij zeggen: "Een wirwar van dromen. Hij heeft ze zeker verzonnen. Hij is zeker een dichter. Laat hij maar met een teken tot ons komen, zoals dat gezonden is aan hen die er eertijds waren."
Leemhuis 21:5
6
Geen stad die Wij voor hun tijd vernietigd hebben heeft geloofd. Zullen zij dan geloven?
Leemhuis 21:6
7
En Wij hebben vóór jouw tijd slechts mannen uitgezonden aan wie Wij een openbaring gegeven hadden -- vraagt de mensen van de vermaning maar, als jullie het niet weten.
Leemhuis 21:7
8
En Wij hebben hen niet als lichamen gemaakt die geen voedsel eten en zij bleven ook niet altijd bestaan.
Leemhuis 21:8
9
Toen hebben Wij voor hen de toezegging waargemaakt en hen en wie Wij wilden gered, maar de onmatigen vernietigd.
Leemhuis 21:9
10
Wij hebben naar hen een boek neergezonden waarin de vermaning voor jullie staat. Hebben jullie dan geen verstand?
Leemhuis 21:10
11
En hoeveel steden die onrecht pleegden hebben Wij al niet vernietigd waarna Wij een ander volk lieten ontstaan!
Leemhuis 21:11
12
Wanneer zij dan Ons geweld voelden renden zij eruit weg.
Leemhuis 21:12
13
Rent niet weg, maar keert terug naar het aan jullie verleende luxeleven en jullie woningen; misschien zullen jullie je moeten verantwoorden.
Leemhuis 21:13
14
Zij zeiden: "Wee ons, wij hebben echt onrecht gepleegd."
Leemhuis 21:14
15
Maar dat bleef hun geroep totdat Wij hen als een stoppelveld maakten, als uitgeblusten.
Leemhuis 21:15
16
Wij hebben de hemel en de aarde en wat er tussen beide is niet als een spel geschapen.
Leemhuis 21:16
17
Als Wij Ons iets voor tijdverdrijf hadden willen verschaffen dan hadden Wij het bij Ons vandaan genomen, als Wij het wilden doen.
Leemhuis 21:17
18
Integendeel, Wij treffen de onzin met de waarheid waarmee hij dan verbrijzeld wordt en zo komt er een eind aan. En wee jullie voor wat jullie beschrijven.
Leemhuis 21:18
19
Hem behoort wat er in de hemelen en op de aarde is. En wie er bij Hem zijn, zijn niet te trots om Hem te dienen noch worden zij er moe van.
Leemhuis 21:19
20
Zij lofprijzen 's nachts en overdag en zij verslappen niet.
Leemhuis 21:20
21
Of hebben zij zich dan goden uit de aarde genomen die kunnen opwekken?
Leemhuis 21:21
22
Als er in beide [de hemel en de aarde] andere goden waren dan God, dan zouden zij in slechte staat verkeren. God zij geprezen, de Heer van de troon verheven als Hij is boven wat zij Hem toeschrijven.
Leemhuis 21:22
23
Hij hoeft zich niet te verantwoorden over wat Hij doet, maar zij moeten zich wel verantwoorden.
Leemhuis 21:23
24
Of hebben zij zich in plaats van Hem goden genomen? Zeg: "Brengt jullie bewijs!" Dit is een vermaning van hen die met mij zijn en een vermaning van hen die er voor mij waren. Echter, de meesten van hen kennen de waarheid niet en wenden zich dus af.
Leemhuis 21:24
25
En Wij hebben vóór jouw tijd geen gezant gezonden zonder dat Wij hem geopenbaard hebben dat er geen god is dan Ik, dient Mij dus.
Leemhuis 21:25
26
En zij zeggen: "De Erbarmer heeft zich een kind genomen." Geprezen zij Hij! Integendeel, zij zijn geëerde dienaren.
Leemhuis 21:26
27
Zij spreken niet eerder dan Hij en zij handelen op Zijn bevel.
Leemhuis 21:27
28
Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is en zij bemiddelen slechts voor wie Hem welgevallig is, terwijl zij door de vrees voor Hem ontzag hebben.
Leemhuis 21:28
29
En als iemand van hen zegt: "Ik ben god naast Hem", dan vergelden Wij hem dat met de hel. Zo vergelden Wij aan de onrechtplegers.
Leemhuis 21:29
30
Hebben zij die ongelovig zijn dan niet gezien dat de hemelen en de aarde een samenhangende massa waren? Wij hebben ze toen van elkaar gescheiden en Wij hebben uit water al het levende gemaakt. Zullen zij dan niet geloven?
Leemhuis 21:30