1
Gods beschikking is gekomen, probeert dat dus niet te verhaasten. Hij zij geprezen, verheven als Hij is boven wat zij aan Hem als metgezellen toevoegen.
2
Hij zendt door Zijn beschikking de engelen met de geest neer tot wie van Zijn dienaren Hij wil: "Waarschuwt dat er geen god is dan Ik, vreest Mij dus."
3
Hij heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen. Hij is verheven boven wat zij aan Hem als metgezellen toevoegen.
4
Hij heeft de mens uit een druppel geschapen en toch is hij dan een duidelijke tegenstander.
5
Ook het vee heeft Hij geschapen. Jullie hebben daarmee warmte en allerlei nuttigs en jullie eten ervan.
6
Daarmee is er voor jullie ook schoonheid wanneer jullie ze 's avonds huiswaarts voeren en wanneer jullie ze 's morgens naar de weiden brengen.
7
En het draagt jullie lasten naar een land dat jullie slechts met grote inspanning hadden kunnen bereiken. Jullie Heer is werkelijk vol mededogen en barmhartig.
8
En paarden, muildieren en ezels opdat jullie ze kunnen berijden en voor het mooi. En Hij schept wat jullie niet weten.
9
Het is Gods taak de goede weg aan te geven; sommige gaan namelijk de verkeerde kant op. En als Hij gewild had, dan had Hij jullie allen tezamen op het goede pad gebracht.
10
Hij is het die uit de hemel water laat neerdalen. Daardoor hebben jullie te drinken en daardoor is er geboomte waarin jullie kunnen laten weiden.
11
Hij laat voor jullie daarmee landbouwgewassen groeien en olijfbomen, palmen, wijnstokken en allerlei vruchten. Daarin is zeker een teken voor mensen die nadenken.
12
En Hij heeft voor jullie de dag en de nacht, de zon en de maan dienstbaar gemaakt en de sterren zijn onderworpen aan Zijn zeggenschap. Daarin zijn zeker tekenen voor mensen die verstandig zijn.
13
En ook in wat Hij op de aarde voor jullie in verschillende soorten geschapen heeft. Daarin is zeker een teken voor mensen die zich laten vermanen.
14
En Hij is het die voor jullie de zee dienstbaar heeft gemaakt om er vers vlees uit te eten en er sieraden uit te halen om je mee te tooien. En jullie zien de schepen haar doorklieven en [dat is] opdat jullie naar een gunst van Hem streven. En misschien zullen jullie dank betuigen.
15
En Hij heeft op de aarde stevige bergen aangebracht dat zij jullie niet aan het wankelen zou brengen en rivieren en wegen -- opdat jullie je misschien de goede richting zullen laten wijzen --
16
en wegmarkeringen. En met de sterren laten zij zich de goede richting wijzen.
17
Is Hij die schept dan zoals iemand die niet schept? Zullen jullie je dan niet laten vermanen?
18
En als jullie Gods genade willen tellen dan kunnen jullie het niet opsommen. God is werkelijk vergevend en barmhartig.
19
En God weet wat jullie in het geheim en wat jullie openlijk doen.
20
En zij die door hen in plaats van God aangeroepen worden scheppen niets, maar zij worden zelf geschapen.
21
Dood zijn zij en niet levend en zij beseffen niet wanneer zij worden opgewekt.
22
Jullie god is één god. En zij die niet in het hiernamaals geloven, hun harten ontkennen het in hun hoogmoed.
23
Het staat vast dat God weet wat zij in het geheim en wat zij openlijk doen. Hij bemint de hoogmoedigen niet.
24
En wanneer tot hen gezegd wordt: "Wat is het dat jullie Heer heeft neergezonden?" dan zeggen zij: "Fabels van hen die er eertijds waren."
25
Dat zij op de opstandingsdag hun volle lasten mogen dragen en ook nog iets van de lasten van hen die zij zonder kennis tot dwaling brengen. Is het niet slecht waarmee zij worden belast?
26
Zij die er voor hun tijd waren beraamden al plannen, maar God greep hun bouwwerk bij de fundamenten en het dak viel van bovenaf op hen en de bestraffing kwam tot hen vanwaar zij het niet beseften.
27
En dan, op de opstandingsdag zal Hij hen te schande maken en zeggen: "Waar zijn Mijn [zogenaamd goddelijke] metgezellen om wie jullie zo tegengewerkt hebben?" Zij aan wie de kennis gegeven is zeggen: "De schande en het kwaad komen vandaag over de ongelovigen,
28
die door de engelen worden weggenomen, terwijl zij zichzelf onrecht hebben aangedaan en die dan vrede aanbieden: 'Wij deden geen kwaad.?" "Integendeel, God weet wat jullie aan het doen waren.
29
Gaat de poorten van de hel binnen om er altijd in te blijven." Dat is pas echt een slechte verblijfplaats voor de hoogmoedigen.
30
Ook tot hen die godvrezend zijn wordt gezegd: "Wat is het dat jullie Heer heeft neergezonden?" Dan zeggen zij: "Iets goeds." Voor hen die in dit tegenwoordige leven goed doen is er iets goeds, maar de woning van het hiernamaals is beter. Dat is pas een goede woning voor de godvrezenden!
Sonraki 30 ayet →