1
A[lif] L[aam] R[aa?]. Dat zijn de tekenen van het duidelijke boek.
2
Wij hebben het als een Arabische Koran neergezonden; misschien zullen jullie verstandig worden.
3
Wij vertellen aan jou het mooiste verhaal doordat Wij aan jou deze Koran geopenbaard hebben ook al behoorde jij hiervoor tot de onoplettenden.
4
Toen Joesoef tot zijn vader zei: "Vader, ik heb elf sterren en de zon en de maan gezien; ik zag ze zich eerbiedig voor mij neerbuigend
5
Deze zei: "Mijn zoon, vertel je droom niet aan je broers; zij zouden een list tegen je kunnen beramen. De satan is namelijk een verklaarde vijand van de mens.
6
Zo zal jouw Heer jou uitkiezen, jou in de uitleg van droomverhalen onderwijzen en Zijn genade aan jou en aan het geslacht van Ja'koeb volledig bewijzen, zoals Hij dat vroeger gedaan heeft aan jouw voorvaderen Ibrahiem en Ishaak. Jouw Heer is wetend en wijs."
7
Er waren in [het verhaal van] Joesoef en zijn broers tekenen voor hen die [erom] vragen.
8
Toen zij zeiden: "Joesoef en zijn broer zijn bij onze vader meer geliefd dan wij, terwijl wij toch een hele groep zijn. Onze vader verkeert in duidelijke dwaling.
9
Doodt Joesoef of verdrijft hem naar een [afgelegen] land dan zal het aangezicht van jullie vader niet van jullie worden afgeleid en dan zullen jullie daarna rechtschapen mensen zijn."
10
Iemand uit hun midden zei: "Doodt Joesoef niet maar werpt hem op de bodem van de waterput, dan zal een reisgezelschap hem wel oppikken, als jullie echt iets doen willen."
11
Zij zeiden: "O onze vader, waarom vertrouw jij ons niet met Joesoef, terwijl wij hem toch goed gezind zijn?
12
Stuur hem morgen met ons mee om goed te eten en om te spelen; wij zullen wel over hem waken."
13
Hij zei: "Ik word er bedroefd van als jullie met hem weggaan en ik vrees dat een wolf hem opeet terwijl jullie niet op hem letten."
14
Zij zeiden: "Als een wolf hem opeet terwijl wij toch met een hele groep zijn, dan zijn wij werkelijk verliezers."
15
Toen zij dan met hem weggingen kwamen zij overeen hem op de bodem van de waterput te zetten. En Wij openbaarden aan hem: "Jij zult hun over deze zaak van hen nog wel mededelingen doen, terwijl zij het niet beseffen."
16
En zij kwamen 's avonds huilend bij hun vader.
17
Zij zeiden: "O onze vader, wij gingen weg om tegen elkaar te rennen en wij lieten Joesoef bij onze spullen achter en toen heeft een wolf hem opgegeten. Maar jij zult ons toch niet geloven, ook al spreken wij de waarheid."
18
Maar zij hadden wel vals bloed op zijn hemd aangebracht. Hij zei: "Jullie hebben jezelf iets wijsgemaakt! Dus maar mooi geduldig verdragen. En God is het wiens hulp gevraagd moet worden tegen wat jullie beschrijven."
19
En er kwam een reisgezelschap, en zij stuurden hun waterhaler, en hij liet zijn emmer neer. Hij zei: "Goed nieuws! Hier is een jongen." En zij verborgen hem als koopwaar. Maar God wist wat zij deden.
20
En zij verkochten hem onder de prijs, voor een paar dirhams; zij hechtten niet veel belang aan hem.
21
Hij die hem gekocht had -- uit Egypte was hij -- zei tot zijn vrouw: "Zorg dat hij goed wordt ondergebracht. Misschien dat hij ons tot nut is of dat wij hem als kind aannemen." Zo gaven Wij Joesoef een vaste positie in het land; ook om hem de uitleg van droomverhalen te onderwijzen. En God is meester van Zijn beschikking, maar de meeste mensen weten het niet.
22
Toen hij volgroeid was gaven Wij hem oordeelskracht en kennis. Zo belonen Wij hen die goed doen.
23
En zij in wier huis hij was probeerde hem te verleiden en zij sloot de deuren en zei: "Kom maar hier." Hij zei: "Dat verhoede God. Hij die mijn heer is heeft mij goed ondergebracht. De onrechtplegers zal het niet welgaan."
24
Maar zij begeerde hem en hij zou haar begeerd hebben als hij niet het bewijs van zijn Heer gezien had. Zulks, opdat Wij het kwaad en de gruwelijkheid van hem afwendden. Hij behoorde tot Onze uitverkoren dienaren.
25
En zij renden beiden naar de deur en zij scheurde zijn hemd van achteren en zij troffen haar meester bij de deur aan. Zij zei: "De vergelding voor iemand die jouw familie kwaad wil doen is toch dat hij gevangengezet wordt of een pijnlijke bestraffing?"
26
Hij zei: "Zij probeerde mij te verleiden." En een getuige uit haar familie getuigde: "Als zijn hemd van voren gescheurd is, dan is zij oprecht en behoort hij tot de leugenaars.
27
Maar als zijn hemd van achteren gescheurd is, dan liegt zij en behoort hij tot de oprechten."
28
En toen hij zijn hemd zag, dat het van achteren gescheurd was zei hij: "Dat is weer een list van jullie vrouwen; jullie listen zijn geweldig.
29
Joesoef, houd je daar niet mee bezig. En jij, vrouw, vraag om vergeving voor je zonde; jij bent wel een van hen die verkeerd gedaan hebben."
30
En de vrouwen in de stad zeiden: "De vrouw van de excellentie probeert haar slaaf te verleiden. Zij is verliefd op hem geworden. Wij zien dat zij in duidelijke dwaling verkeert."
Sonraki 30 ayet →