Ana SayfaMealler › Fred Leemhuis
FL

Fred Leemhuis

Bu mealle oku
Fred Leemhuis meali ile okumaya başla
Hud 1 / 123
1
A[lif] L[aam] R[aa?]. Een boek waarvan de tekenen eenduidig zijn vastgesteld en daarna van de kant van een Wijze en Welingelichte uiteengezet:
Leemhuis 11:1
2
Jullie moeten alleen God dienen. Ik ben voor jullie van Zijn kant een waarschuwer en een verkondiger van goed nieuws.
Leemhuis 11:2
3
En vraagt jullie Heer om vergeving en wendt jullie dan berouwvol tot Hem. Hij zal jullie tot een vastgestelde termijn van een goed vruchtgebruik laten genieten en Hij zal aan ieder die verdienstelijk is zijn verdienste geven. Maar als jullie je afkeren dan vrees ik voor jullie de bestraffing op een geweldige dag.
Leemhuis 11:3
4
Tot God is jullie terugkeer en Hij is almachtig.
Leemhuis 11:4
5
Toch vouwen zij hun harten dicht om zich voor Hem te verbergen. Maar wanneer zij zich met hun kleren bedekken weet Hij wat zij in het verborgene en wat zij openlijk doen. Hij weet wat er binnen in de harten is.
Leemhuis 11:5
6
En er is geen dier op aarde of God zorgt voor zijn levensonderhoud en Hij kent zijn verblijfplaats en zijn bewaarplaats. Alles staat in een duidelijk boek.
Leemhuis 11:6
7
Hij is het die de hemelen en de aarde in zes dagen geschapen heeft, terwijl Zijn troon boven het water was, om jullie op de proef te stellen wie van jullie het beste is bij wat hij doet. En als jij zegt: jullie zullen na de dood weer opgewekt worden" dan zeggen zij die ongelovig zijn: "Dit is duidelijk slechts toverij."
Leemhuis 11:7
8
En als Wij de bestraffing voor hen tot een bepaalde tijd uitstellen zeggen zij: "Wat houdt haar tegen?" Toch kan zij op de dag dat zij over hen komt niet van hen afgewend worden en worden zij door dat waarmee zij de spot dreven ingesloten.
Leemhuis 11:8
9
En als Wij van Onze kant de mens barmhartigheid laten proeven en dan weer van hem wegnemen dan is hij wanhopig en ondankbaar.
Leemhuis 11:9
10
En als Wij hem dan weldadigheid laten proeven na rampspoed die hem getroffen heeft dan zegt hij: "Voor mij zijn de slechte tijden voorbij." En hij is verheugd en verwaand.
Leemhuis 11:10
11
Maar zo zijn zij die geduldig zijn en de deugdelijke daden doen niet; zij zijn het voor wie vergeving is en een groot loon.
Leemhuis 11:11
12
Misschien zou jij een deel van wat jou geopenbaard wordt willen weglaten en is jouw hart benauwd omdat zij zeggen: "Als er nu een schat tot hem was neergezonden of een engel met hem was meegekomen?" Maar jij bent slechts een waarschuwer en God is voogd over alles.
Leemhuis 11:12
13
Of zeggen zij: "Hij verzint het." Zeg: "Komt dan met tien overeenkomstige soera's die verzonnen zijn en roept aan wie jullie in plaats van God maar kunnen, als jullie gelijk hebben.
Leemhuis 11:13
14
Maar als zij jullie niet verhoren, weet dan dat het met Gods kennis is neergezonden en dat er geen god is dan Hij. Zullen jullie je dan [aan God] overgeven?"
Leemhuis 11:14
15
Wie het tegenwoordige leven en zijn praal wensen, aan hen zullen Wij hun daden vergoeden en hun zal niet te kort gedaan worden.
Leemhuis 11:15
16
Zij zijn het voor wie in het hiernamaals slechts het vuur is. Vruchteloos is wat zij erin gedaan hebben en wat zij deden wordt tenietgedaan.
Leemhuis 11:16
17
En hij die op een duidelijk bewijs van zijn Heer steunt dan? En die gevolgd wordt door een getuige van Hem en voor wiens tijd er al het boek van Moesa was als voorbeeld en als barmhartigheid? Dat zijn zij die in Hem geloven. En wie van de partijen geen geloof aan Hem hecht, het vuur is de plaats die voor hem is aangewezen. Verkeer daarover dus niet in twijfel; het is de waarheid van jouw Heer. Maar de meeste mensen geloven niet.
Leemhuis 11:17
18
En wie is er zondiger dan wie over God bedrog verzint? Zij zijn het die voor hun Heer worden voorgeleid en de getuigen zullen zeggen: "Dat zijn zij die over God gelogen hebben." Zeker, Gods vloek is over de onrechtplegers,
Leemhuis 11:18
19
die Gods weg versperren en verlangen dat het een kronkelweg is, terwijl zij aan het hiernamaals geen geloof hechten.
Leemhuis 11:19
20
Zij kunnen er op de aarde niets tegen doen en zij hebben buiten God geen beschermers. De bestraffing zal voor hen verdubbeld worden. Zij konden niet horen en zij zagen niet.
Leemhuis 11:20
21
Zij zijn het die zichzelf verloren hebben en wat zij verzonnen hebben zijn zij kwijt.
Leemhuis 11:21
22
Het staat vast dat zij in het hiernamaals de grootste verliezers zijn.
Leemhuis 11:22
23
Zij die geloven, de deugdelijke daden doen en nederig op hun Heer vertrouwen, zij zijn het die in de tuin thuishoren; zij zullen altijd daarin blijven.
Leemhuis 11:23
24
De twee groepen lijken bijvoorbeeld op de blinde en dove en de ziende en horende. Zijn die twee bijvoorbeeld dan gelijk? Zullen jullie je dan niet laten vermanen?
Leemhuis 11:24
25
Wij hebben Noeh tot zijn volk gezonden [met]: "Ik ben voor jullie een duidelijke waarschuwer.
Leemhuis 11:25
26
Jullie moeten alleen God dienen. Ik vrees voor jullie de bestraffing op een pijnlijke dag."
Leemhuis 11:26
27
En de voornaamsten, zij die van zijn volk ongelovig waren, zeiden toen: "Wij zien dat jij slechts een mens bent zoals wij en wij zien dat jij alleen maar ondoordacht gevolgd wordt door de allerverachtelijksten onder ons. Wij zien niet dat jullie op ons iets voor hebben. Integendeel, wij vermoeden dat jullie leugenaars zijn."
Leemhuis 11:27
28
Hij zei: "Mijn volk! Hoe zien jullie het? Als ik op een duidelijk bewijs van mijn Heer steun en Hij mij van Zijn kant barmhartigheid gegeven heeft maar jullie er blind voor gemaakt zijn, zullen wij jullie er dan toe dwingen terwijl het jullie tegenstaat?
Leemhuis 11:28
29
En, mijn volk, ik vraag jullie er geen betaling voor. Slechts God is belast met mijn loon. En ik jaag hen die geloven niet weg; zij zullen hun Heer ontmoeten. Maar ik zie dat jullie mensen zijn die niets weten.
Leemhuis 11:29
30
Mijn volk! Wie zou mij tegen God kunnen helpen als ik hen weg zou jagen? Zullen jullie je dan niet laten vermanen?
Leemhuis 11:30