1
Wee elke lasteraar en roddelaar
2
die bezit bijeenbrengt en het telkens telt
3
en daarbij denkt dat zijn bezit hem onsterfelijk maakt.
4
Welnee, hij wordt in de verbrijzelaar gesmeten.
5
En hoe kom jij te weten wat de verbrijzelaar is?
7
dat in de harten doordringt.